Een groot dood dier

Locatie: STUCeerste verdieping (Van Evenstraat 2d)
31-01-1978
30-01-1978
27-01-1978
28-01-1978

Er is een groot dood dier aangespoeld en twee lijken van een man en een vrouw. Deze lijken worden gevonden door enige jongens en meisjes tegen de twintig, die ze meenemen om te verbergen, want zij beschouwen hen als ideale geliefden! De politie zoekt deze doden. Agenten ondervragen en arresteren iedereen die naar hun mening op verdachte plaatsen aanwezig zijn. Zo ook de piscoloog, een viskundige, het type van de fanatieke, geborneerde specialist die zich binnen de dramatische ontwikkeling alleen maar interesseert voor de grote dode vis, die is aangespoeld. Hij is eveneens op zoek naar dieven, namelijk naar hen, die de vinnen van deze vis hebben geroofd, waarmee hij de voorhistorische herkomst van de vis had kunnen bewijzen . De hoofdfiguren in het stuk zijn de vrouw Marie en de professor. Vroeger zijn ze getrouwd geweest, maar gescheiden sinds Marie ging hallucineren. Niettemin woont Marie in hetzelfde huis. De professor, haar gewezen man, heeft voor haar een zekere genegenheid behouden en zorgt voor haar. Zij leeft in totaal eigen wereld en heeft op haar omgeving een zeer eigen en zo reageert zij daarop. De vondst van de doden, de ideale geliefden, voert haar terug naar de tijd van haar eigen liefde met de professor. Het frenetieke zoeken naar de doden brengt in haar een dramatische spanning teweeg, die culmineert in een katharsis van haar persoonlijkheid. In d eloop van het stuk identificeert zij zichzelf en de professor met de tragische koningin Johanna de Waanzinnige van Spanje en Philips de Schone. Johanna de Waanzinnige droeg het lijk van haar mooie, wispelturige en trouwloze echtgenoot honderd dagen door het land van Spanje om hem te begraven.

ORGANISATIE PROVEZWAAR & KULTUURRAAD