Mijn boog zet ik in de wolken
Dit is de tweede productie van de Vrije Ruimte. Na Darts en Haven (De Boer-Poppe-Claus) gingen wij verder zoeken in de Nerlandse dramaturgie. We stootten op de grote Vondel. Daar wij verleden jaar met de toneelschool Jefta brachten, rijpte in ons nu het idee een eigen productie te maken uit de grote trilogie van Vondel: Lucifer, Adam, Noah. Met de bijbel erbij werden de 3 stukken gelezen, uiteengerafeld en door mekaar gemengd en wij kwamen tot een nieuwe zetting en een nieuwe stuk 'Mijn boog zet ik in de wolken'; Dit is een nieuw stuk geworden in 29 taferelen: een beleving van de Genesis tot de Zondvloed. Dit stuk brengen plaatste ons voor het probleem van het brengen van overbekende fabels. Die fabels terug gaan spiegelen zou armoede betekenen. We hebben getracht de betekenis achter die fabels te ozken. In onze nazoekingen stootten we op de leer der Rozenkruisers en we baseerden ons op de boeiende kosmologie van Max Heindel en de geschriften van Rudolf Steiner.
Een belangrijke vraag die we ons kunnen stellen bij zulk initiatief, is of we Vondel in deze tijd nog in de vorm van theater kunnen brengen. Beschouwingen na het zien van deze productie bracht echter nog niet veel verheldering wat betreft dit probleem. Toch is er een lichtpuntje dat ons deze poging ten zeerste doet waarderen. De virtuositeit van Vondels epische lyrische uitspattingen hebben me op dze manier veel meer kunnen boeien dan een droge lezing. In deze beschouwing schuilt echter ook een tekortkoming: het valt ons op dat en Vondel en de akt los van elkaar staan. Ten tijde van Vondel immers waren de voorwaarden voor theater ook volledig anders. Zo was men volledig vertrouwd met de inhoud van het stuk zoadat alle aandacht kon gaan naar de poëzie. Ook de vorm van theater en de taal zelf verschillen totaal van de onze. In deze productie wordt de taal en de inhoud behouden (mits een aanpassing van belangrijkheid), maar er wordt een volledige nieuwe act bedacht. Of we met deze voorwaarden een uniform geheel kunnen opbouwen blijft dus nog steeds een open vraag. In ieder geval blijft het een lovenswaardig experiment, en loont het de moeite deze productie te komen zien.