Pépe
'Circus' duidt in de naam van het gezelschap enkel de afgezonderde ruimte aan waarbinnen de leden van Circus Alfred de voorkeur geven om hun handeling te laten evolueren: zaagmeelpiste in het centrum, overkoepeld door een tentzeil. Turba en zijn medewerkers zijn geen clowns in de klassieke zin van dat woord. Zij brengen een clownspel op hoger peil: cerebraler, subtieler, met een groter waaier aan stijlen en technieken: kortom ze zijn meer theatraal. De klassieke circus clown 'speelt' geen clown, hij 'is' een clown. hij is een archetype, nooit een normaal menstype met gelaatstrekken en gebaren ontleend aan het alledaagse. De clowneske mimieken in Circus Alfred wekken daarentegen een sociale verbondenheid op. Meesterwerken ontstaan niet in afzondering, maar soms als totalisering van een aantal voorlopers. Zo kwam Alfred tot een eigen genre door een combinatie van twee hoofdinspiratiebronnen, namelijk de circus clowns en het straattheater (oa het Deense Joker Teatret). Kenmerkend voor dit laatste is de aanhoudende inzet om voortdurend aantrekkelijke thema's te vinden: groter gebaren, grootser stijl, vlugge aktie. Dit wordt aangevuld door kenmerken eigen aan de bittere dichterlijkheid van Alfred Jarry Pantomime (waaraan het circus trouwens zijn naam ontleende), en aan de klassieke stomme filmkomedie met hun unieke zin voor dynanisme, hoog, verfijnde gagtechnieken, en uitmuntende uitvoering. Vanuit deze inspiratieve basis toont Circus Alfred ons een feest van vrije expressie.