Tchicai Quintet - Goudbeek Duo
Als er in de jaren '60 één Amerikaanse avantgarde groep zich onderscheidde van de gemiddelde free jazz, dan was het wel het New York Art Quartet, dat een sobere bedachtzaamheid stelde tegenover het toen als bon ton geldende laaiende expressionisme. De aanwezigheid in dat kwartet -naast trombonist Roswell Rudd, bassist Reggie Workman en drummer Milford Graves- van altsaxofonist John Tchicai was daar zeker niet vreemd aan. Ondanks opnamen met Archie Shepp (Four for trane-impulse) en John Coltrane (Ascension-impulse) bleef Tchicai inderdaad een figuur in de marge van die free-beweging. Hij was een muzikaal denker, een strateeg met noten die op een onderkoelde, onspectaculaire manier en met gewild beperkte elementen een hele klankwereld opbouwde. Toch was zijn muziek niet flauw of onverteerbaar doch integendeel; krachtig, puur, lyrisch, zijn adjectieven die blijkbaar speciaal voor Tchicai werden uitgevonden. Tchicai scheen zich beter thuis te voelen op de Europese scene, want na zijn New-Yorkse periode keerde hij terug naar zijn geboortestad Kopenhagen om van daaruit heel Europa te bereizen als leider van diverse formaties, als solist en als leider van Workshops. Het kwintet waarmee hij momenteel op rondreis is herbergt, naast een gevestigde waarde als bassist Maarten van Regteren Altena, een aantal musici die tot de meest opvallende van de nieuwste Europese lichting behoren, met name painist Guus Jansen, gitarist Meter Cusack en drummer Terry Day. Tchicai stelde er ook prijs op een in oktober 1977 gunstig onthaald experiment te herhalen nl de duo-confrontatie met collega saxofonist André Goudbeek, een van de rijpere Belgische talenten en vooral bekend door zijn aandeel in diverse Volle Maan groepen en de WIM Big Band. Van de heldere, toegankelijke en hoofdzakelijk melodisch gerichte muziek van het tweetal is overigens net een live-plaat verschenen; Tchicai-Goudbeek/sax duets (SVM 2), opgenomen op de bewuste concerten in Brussel en Gent, oktober 1977. Vorig jaar begon het Tchicai duidelijk voor de wind te gaan na een relatief obscure periode. Voor FMP nam hij John Tchicai Solo op (SAJ 12, gedeeltelijk solo, gedeeltelijk in duo met Albert Mangelsdorff), voor het gerenomeerde Steeple Chase label realiseerde hij Real Tchicai (SCS-1075) met bassist Niels Henning, Orsted pedersen en gitarist Pierre Dorge. Vooral die laatste plaat gaf een flinke zet aan de hernieuwde internationale belangstelling voor de saxofonist. John Tchicai in de hoestekst van Mohawk van het NY Art Quartet: 'There is so much talk about the freedom of this music, but the musician still has to abide to the rules of artistic responsability, and they should never forget whichever way the technics develops, -the content (the feeling must always be there (passion, energy, lyric, strength); Laat het u gzegd wezen!