Zij bezaten alles in gemeenschap
Door ministers en schoolhoofden wordt Lieven Gevaert tijdens een herdenkingsplechtigheid afgeschilderd als held, de sociaalvoelende, de redder van Vlaanderen, de scholenbouwer, de christelijke mens ... de goede patroon. Valère, protier, oged christen en Vlaams volgeling van Gevaert, voorziet moeilijkheden in hetbedrijf en wmeekt Gevaert terug naar de aarde te komen. Tot zijn groete verbazing komt hij nog ook. Maar Gevaert zal ondervinden dat het allemaal niet meer zoals vroeger is. Er is concurrentie van de Japanners, Duitsers zitten in de beheerraad, arbeiders komen op voor hun rechten. Er is zijn stokoude moeder die als een geest in de fabriek ronddoold. De geest van het decadente, zichzelf opvretende kapitalisme, maar taai en medogenloos.