Broers Geboers
Marnix Geboers komt uit het prison. En 't is niet om te lachen (allé, toch niet echt): ma in de kliniek, de sloopmachine voor het ouderlijk huis en een nieuwe vent in het leven van zijn ex. Dan slaan bij onze Marnix de stoppen door: 't is al 'doodkloppen' wat de klok slaat.
Auteur Arne Sierens - de man voor wie theater rock'n roll moet zijn - sprokkelde in Gent ware getuigenissen bijeen en schreef met De Broers Geboers een straffe serie 'aantekeningen uit het ondergrondse': 't zou om te lachen zijn, moest 't niet om te schreien en zo vreselijk waar zijn.
'Hoe later op den avond, hoe schoner dat 't werd. De slogans kwamen boven: Turken buiten! Eigen volk eerst! Grote kuis! En heel de santeboetiek. Mijn broer die wil niet onderdoen voor die mannen, hij staat op een tafel, gereed voor ne speech af te steken. Hij ging ook nekeer zijn gedacht zeggen om te tonen dat hij 't hart op de juiste plaats had. Steekt er daar enen zijnen arm omhoog. Alleman zijnen arm omhoog. Heel 't café. Mijn broer op die tafel, wat kan thij doen? Ge weet in De Runen, dat plafond is niet zo hoog, en er hangen van die grote eiken karrenwielen met smeedwerk. We kennen het temperament van mijn broer. Hij met volle geweld - RANG - zijnen arm tegen zo ne luster. Diene luster zwiert weer - KADJOEF - tegen zijn hoofd. BADAM - stuikt hij van die tafel met zijn muil tegen de grond.' (Fragment uit Arne Sierens, De Broers Geboers)