The Big Lebowski
Jeff Bridges is een verzopen, groezelige hippie die zich liever met The Dude laat aanspreken dan zijn echte naam (Lebowski) te gebruiken en de hele film lang joints opsteekt en white russians achterover slaat om zo enigszins het hoofd te bieden aan een hoop maniakken die hem achternazitten: drie Duitsers met een Kraftwerk-verleden, een hardcore feministe/action painter, die uit is op zijn zaad, en een rijke reactionair die zijn huid wil omdat His Dudeness erin geslaagd is het losgeld voor zijn ontvoerde vrouw kwijt te spelen. The Big Lebowski gaat over absoluut niks, maar who cares; de manier waarop Bridges met een ranzig T-shirt en dito short door deze film banjert en er toch in slaagt zijn cool te behouden is adembenemend. Hier bovenop krijgen we een onweerstaanbare John Goodman als de bowling buddy van The Dude die vanwege zijn Vietnam-verleden alles nog meer in de soep draait, en Steve Buscemi, die onverstoorbaar debiele opmerkingen lanceert. The Big Lebowski bevat de beste komische dialogen van 1998; de film zit vol hallucinaties en te gekke humor die we slechts als 'way out there, man' kunnen omschrijven. Niet te missen!