Cartier-Bresson
De Tijd staat voor eigenzinnig teksttheater en deze laatste term valt letterlijk te nemen. Als Lucas Vandervost zich al laat verleiden door de toneelliteratuur, komt hij vaak terecht bij auteurs die andere regisseurs, ondanks hun bewondering, uit veiligheidsoverwegingen links laten liggen. Maar vaak ook valt Vandervost voor literaire, niet voor het toneel bedoelde teksten. Niet om het theater moeilijker te maken dan het is de voorstellingen van De Tijd zijn helder en open maar omwille van de liefde voor teksten die het over dingen hebben waarover men eigenlijk niet spreken kan. Die liefde komt dit seizoen op twee manieren tot uiting: een terugblik op het hele uvre van De Tijd én een opdracht aan verschillende schrijvers die De Tijd bewondert. Tweemaal De Tijd, tweemaal in première in Leuven.
Magnum-fotograaf Henri Cartier-Bresson (1908) is een meester in het vastleggen van de seconde die een wereld van verschil uitmaakt. Het sublieme moment waarin iets toevallig veelbetekenend wordt. Maar hoe perfect en klassiek zijn kadreringen ook zijn of het nu landschappen betreft of onderwerpen die gaan lopen glad worden ze nooit. De liefde en de humor waarmee Cartier-Bresson zijn onderwerpen benadert, beletten dat zijn beelden louter technisch raak zijn.
Lucas Vandervost vraagt aan Josse De Pauw, Stefan Hertmans, Filip Vanluchene, Wannes Van de Velde, Claire Swyzen, Guido De Bruyn en anderen om een foto van Cartier-Bresson uit te kiezen, en dat beeldmateriaal intensief te beschrijven, te bewerken, te cultiveren. Deze schrijvers gaan de uitdaging aan om zich meesters van de beperking te tonen, om binnen een kadertje het verhaal te schrijven dat een wereld van verschil uitmaakt.