Amlett
Jan Decorte is onmiskenbaar één van de masterminds die het theaterlandschap in de jaren '80 volledig op zijn kop heeft gezet. Goeroe en tiran van een hele generatie theatermakers. Theater dat alleen maar zinvol is als het niet op theater lijkt. In niets. Gedaan met inleving en psychologisering, weg met de vierde wand en overdadige decors, wat op de scène gebeurt is écht. Binnen de schoot van zijn eigen gezelschap, Het Trojaanse Paard, regisseert en speelt Decorte mijlpalen: spraakmakende versies van klassieke teksten als Hamletmachine, Maria Magdalena, Torquato Tasso en King Lear. Wanneer Decorte begin jaren '90 verkozen wordt als Libertijns parlementariër, verdwijnt hij even uit het theatergezichtsveld. Tot hij twee seizoenen geleden de draad weer oppikt. Ook voor zijn comeback geldt: fel omstreden én fel gesmaakt, altijd intelligent én toegankelijk.
Sasja: Nikolaj Aleksejewitsj, laten we naar Amerika vluchten.
Ivanov: Ik ben nog te lui om tot aan de deur te lopen en gij wilt met mij naar Amerika.
(Gaat zitten en zakt door zijn stoel)
Nog maar net 27 is hij en Anton Tsjechov schrijft een van zijn meest gespeelde en toegankelijke stukken. Voortdurend balancerend tussen komedie en tragedie, zet hij het portret neer van een man die veel te intelligent is en zich te snel verveelt om het leven in een kleine Russische provinciestad te waarderen. Zijn Joodse vrouw moet het ontgelden. Schuld en frustratie slaan toe wanneer Ivanov zich aangetrokken voelt tot een mooi en jong meisje dat dreigt de morele pijlers van zijn wereld onderuit te halen. Zowel Waas Gramser als Kris van Trier speelden Ivanov reeds in de originele(re) versie. Eerstgenoemde bij Tg STAN en Van Trier bij het Nationale Toneel in een regie van Luc Perceval. Het is één van hun lievelingsstukken en in de bewerking van Jan Decorte kan die liefde er alleen maar groter op worden. Na Meneer, De Zot en Tkint naar King Lear (waarvoor hij de Nederlands-Vlaamse Toneelschrijfprijs ontving) en Bloetwollefduivel naar Macbeth neemt Decorte met Hamlet de draad weer op van zijn legendarische bewerkingen van Shakespeares klassiekers. Kort en gebald, herleid tot de essentie, omgezet in een fragmentaire, 'kindlijke' taal en vooral heel plastisch. Het is het antwoord op de vraag hoe je een tekst in alle meerduidigheid zo zuiver mogelijk krijgt verteld. 'Ik moet met een tekst het mijne kunnen doen en dat is gewoonlijk heel ingrijpend. Ik snijd er echt de woorden, zinnetjes en dingetjes uit die ik mooi vind of bruikbaar. Een goede tekst laat dat ook toe. Hij moet worden gepersonaliseerd voor je hem kan spelen. Autobiografisch gemaakt. Gelaagd. Gepoëtiseerd. En poëzie, dat wist Shakespeare al, is een zaak van simpelheid en chaos, niet van rechtlijnigheid en serieus'.