Portia Coughlan
Locatie: STUK Soetezaal
03-12-2002
Goethe zei het al, ‘twee zielen kloppen in mijn borst' en dat geldt ook voor het Rotterdamse ro theater, waar artistiek leider Guy Cassiers en regisseur Alize Zandwijk elk hun werk creëren. In zijn voorstellingen zoekt Guy Cassiers naar een theatrale verbeelding van een werkelijkheid waarin beeld en techniek een steeds grotere plaats innemen. Vaak zijn het literaire teksten die Cassiers’ verbeelding prikkelen. Alize Zandwijk van haar kant blijft gefascineerd door de theaterklassiekers en door stevig geconstrueerde stukken die in haar regie door hun grote emotionele energie uit de voegen lijken te barsten. Zo ook de twee stukken waarmee zij nu in STUK komt.
Op twee opeenvolgende avonden volgen we twee familiedrama’s die zich afspelen op het Ierse platteland. Deze drama’s zijn van de hand van de jonge, Ierse schrijfster Marina Carr (1964). In beide stukken is het hoofdpersonage een vrouw in strijd met haar omgeving. Het bijzondere in het werk van Marina Carr is dat de overleden of verdwenen mensen deel uitmaken van het leven. Carr verbindt op die manier de realiteit met het mythische. De aanwezigheid van het bovennatuurlijke en het allesvernietigende noodlot geven haar stukken de kracht van een Griekse tragedie. Haar thema’s sluiten naadloos aan bij Zandwijks verbeeldingswereld. Een ontmoeting kon niet uitblijven.
auteur Marina Carr / vertaling Peter Nijmeijer / bewerking en regie Alize Zandwijk / spel Tom Van Bauwel, Sanneke Bos, Marc De Corte, Goele Derick, Herman Gilis, Paul R. Kooij, Ditha van der Linden, Rogier Philipoom, Sylvia Poorta, Eelco Smits, Fania Sorel, e.a. / decor Thomas Rupert / kostuums Valentine Kempynck (BELGAT) / licht Marc Heinz / muziek Wim Selles