Both Sitting Duet
Elk op een stoel, naast elkaar, zo zitten ze daar: ze dansen muziek die je niet hoort, maar die je alleen ziet. Hoe kan dat dan? Wel, vanaf hun stoel zijn ze heftig bezig, Burrows en Fargion, met lijf en leden gaan ze tekeer, soms wisselen ze blikken uit of synchroniseren hun timing. Spreken doen ze niet. Maar aan het eind betrap je jezelf erop dat je ingespannen hebt zitten mee een compositie maken, vanaf wat je de twee performers hebt zien doen. En je hebt alles gehoord.. Ondanks de stilte. Een pareltje.
Delicate muziekchoreografie van Burrows en Fargion
In oktober ‘02 presenteerde het Brusselse Kaaitheater al een eerste korte speelreeks van Both Sitting Duet van choreograaf Jonathan Burrows en componist Matteo Fargion. (...) Vorig jaar nog gooide de Britse choreograaf Jonathan Burrows hoge ogen met het geïmproviseerde duet Weak Dance, Strong Questions dat hij met Jan Ritsema maakte. In die voorstelling viel vooral het verschil op tussen de eerder onbehouwen manier van dansen van Ritsema en de elegante Burrows.
In Both Sitting Duet waagt Burrows zich opnieuw aan een soortgelijke ontmoeting, deze keer met Matteo Fargion, de componist met wie hij sinds 1989 samenwerkt. Burrows, die een carrière als sterdanser bij het Royal Ballet achter de rug heeft en onder meer samenwerkte met Rosemary Butcher, had toen net de Jonathan Burrows Group opgericht. Binnen dat gezelschap ontwikkelde hij zich tot één van de meest vooraanstaande Engelse choreografen. In zijn werk onderzoekt hij voornamelijk de mogelijkheden en beperkingen van dans.
Met Matteo Fargion zette Burrows in het verleden verschillende projecten op waarin de relatie tussen muziek en dans onderzocht werd, en waarin beide disciplines commentaar leverden op elkaar. Het resultaat kan omschreven worden als muziekchoreografie. Zo ook Both Sitting Duet, dat nauwelijks vijftig minuten duurt, maar door zijn zorgvuldig gecomponeerde structuur lang blijft nazinderen.
In Both Sitting Duet - de titel verraadt het al – zitten Burrows en Fargion beiden op een stoel, in een voor het overige kale ruimte. Voor hen op de grond ligt letterlijk de partituur van de voorstelling, die nauwgezet ge-volgd wordt. Met de palm van hun handen schuren choreograaf en componist over hun broekspijpen, met hun vingers tellen ze abrupt tot vijf of raken ze even de grond aan, hun armen gooien ze door de lucht. Rustig, ritmisch, soms gelijktijdig, dan afwisselend, brengen ze met hun bewegingen klanken voort, is hun choreografie tegelijkertijd een kleine, fijne compositie. Gewone handgebaren krijgen zo, net zoals in hun kortere performance Hands uit 1999, een ongeziene belangrijkheid, verliezen hun vanzelfsprekendheid. Het doet denken aan de bewegingen van een dirigent. Met dat verschil dat Burrows en Fargion geen close-up afdwingen van hun handen of armen, maar dat elk detail, elke vezel van hun lichaam, elke blik van verstandhouding of schalkse glimlach, tot zelfs het gekraak van de stoelen essentieel is in deze voorstelling.
Het heeft iets kwetsbaars om de sierlijke, geoefende danser Burrows en de stugge, hoekig bewegende Fargion zo geconcentreerd naast elkaar te zien zitten. Tegelijkertijd is deze compositie gedurfd en veelzijdig in al zijn beperking en eenvoud.
Sally De Kunst, 3-1-2003, De Morgen