Instructions for Forgetting
Instructions for Forgetting |excerpt
De eerste keer dat we Miles meenamen naar de bioscoop was een zaterdagmiddag en alles was oké. Hij hield van het theatrale - de massa, de uitdovende lichten en de trage, mechanische openen van de gordijnen - maar daarna, een tijdje tenminste, zittend op de vierde rij in zaal drie van het tienzalencomplex, was het vooral een anticlimax. “Oh”, zei hij toen de titels verschenen, “het is gewoon een grote televisie”.
De film die we hadden uitgekozen was James and the giant peach, gebaseerd op het boek van Roald Dahl en misschien moet ik nu zeggen dat ik niet meer weet hoe de beslissing was genomen om die film te gaan zien, laat staan wie hem nam. De film is wat eng, half computer animatie, half live actie en nogal donker van toon. Als we erover hadden nagedacht was dit misschien niet zo’n goede eerste film om iemand mee naar toe te nemen... Ik denk dat Miles drie of drie en een half was en soms weet je gewoon niet hoe eng iets kan zijn.
De film begint min of meer met de dood van de ouders van het kleine jongetje en daarna weet ik het verhaal niet meer zo goed behalve dan dat er een paar wrede tantes in voor komen en een sprekende sprinkhaan en dat er flink over-geacteerd wordt. Maar goed. Op een bepaald punt in de film besluit James, het jongetje, de hoofdpersoon, getroffen door de dood van zijn ouders (blijkbaar vermorzeld door een neushoorn) om de gruwel van het huis van zijn tantes te ontvluchten en dus verdwijnt hij in het vlees van een enorme abrikoos die als bij toverslag voor zijn raam groeit. Het is dat soort verhaal.
Als James de vreemde wereld in de enorme abrikoos betreedt, ondergaat hij een transformatie. In de film verandert hij van braaf jongetje in een door een computer getekend ding, een soort stok, een uitgemergelde, benige pop en het enige wat van de originele James overblijft is zijn stem.
*
Ik herinner me iets van de televisie, iets dat ik zag over Jonestown, de plaats in Zuid-Amerika waar dominee Jim Jones en zijn sekte van aanhangers naar toe vluchtten in de jaren tachtig. De plaats waar op het einde een enorme en tragische massazelfmoord zou zijn.
Ik herinner me vooral dat, volgens deze televisiedocumentaire, wanneer een kind stout was geweest of een regel had overtreden, dat het in het holst van de nacht van zijn bed werd gesleept en naar de rand van het kamp werd gebracht en neergelaten in de put. En ik herinner me dat het beneden in die punt pikdonker was en dat iets naar ze zou graaien in het donker en ze naar beneden zou trekken – ik geloof dat de kinderen dit onzichtbare monster Bigfoot noemden. En terwijl de kinderen krijsten en gilden en schopten om bij Bigfoot vandaan te blijven, werd er een microfoon bij hun mond gehouden en hun gegil werd versterkt – de nacht ingezonden via de luidsprekers die het hele kamp bestreken.
*
Miles was weliswaar ontsteld door het begin van de film – door de dood van de ouders, door de slechtheid van de tantes – maar wat hij voelde toen James een tekenfiguur werd was iets helemaal anders, iets ‘meer’. Ik denk dat je kunt zeggen dat – als je die woorden graag gebruikt – hij hysterisch werd. Hij panikeerde. Hij kronkelde in zijn stoel. Hij zei dat hij weg wilde. Hij was gewoonweg geschokt door de verandering. Hij zat intussen op mijn schoot, helemaal verkrampt, hoekig en benig, zijn gezicht verborgen. Ik overdrijf niet als ik zeg dat zijn paniek vrij diep zat, dat het haast zoiets was als: “Goed. Mijn hele leven was tot nu toe oké, maar nu hebben deze mensen die ik altijd heb vertrouwd me hierheen gebracht om dit te zien...”
En ondertussen speelde de film door. Ik kon alleen zijn ogen zien aangezien hij zijn gezicht had bedekt met zijn vingers en toen ik hem aankeek en met hem probeerde te praten om hem gerust te stellen, zag ik dat hij aan het proberen was om vol te houden, om te berekenen, of misschien was hij gewoon bezig iets proberen aan te vangen met wat er in de film gebeurde. En dan kwam de vraag.
“Wanneer wordt James weer echt? “Wanneer wordt James weer echt? Wanneer wordt hij weer echt?”
Het was de transformatie die hem hysterisch had gemaakt. Overgang van de ene toestand naar de andere. Echt/onecht.
“Wanneer wordt James weer echt? “Wanneer wordt James weer echt? Wanneer wordt James echt?”
*
Helen vertelde me dat toen zij nog een kind was naar het theater ging naar een versie van Peter Pan. In de voorstelling zat een scène waarin de fee Tinkerbell was gestorven en alle kinderen in het publiek werden toen aangemoedigd om zo hard mogelijk te stampen en te klappen om haar weer tot leven te brengen. Ze herinnerde zich dat ze heel hard klapte en met haar voeten stampte en dat de acteur op het toneel maar bleef zeggen: “Jullie moeten meer je best doen” en zo de kinderen opzweepte om meer lawaai te maken om Tinkerbell te redden.
Ze zei ook dat haar moeder naast haar zat en dat zij niet zo hard klapte en dat verontrustte Helen want nu leek het net of het haar moeder niets kon schelen of Tinkerbell werd gered of niet en ze wilde niet dat andere mensen zagen dat het haar moeder niets kon schelen. Of misschien, en dat was nog veel erger, dacht haar moeder dat dit geklap helemaal niet zou helpen – dat het Tinkerbell niet terug tot leven zou wekken en dat het dus geen zin had om te proberen. En dus klapte Helen nog harder. Ze zei dat ze zo hard had geklapt dat zelfs de volgende dag haar handpalmen nog zeer deden en gekneusd waren.
Helen zei dat dit moment haar bijbleef als het moment waarop ze meer geneigd werd om haar moeder in vraag te stellen.
*
Terug naar de bioscoop.
Ik voelde dat Miles moest blijven want – ook al was hij bang door de verandering - ik had het idee dat de film een happy end zou hebben en ik dacht dat hij dat zou moeten zien, dat op de een of andere manier het verhaal zijn einde behoorde te hebben, want als het niet zou eindigen, zou het misschien voor altijd in zijn hoofd blijven hangen. Onopgelost, onbeslist.
Dus bleven we. Hij zat op mijn schoot. Ik dwong hem eigenlijk min of meer blijven. Ik sprak tegen hem. Ik haalde hem over. We zaten de rit uit. We volhardden tot het einde. Totdat de her-transformatie gebeurde en James terugkeerde en ze bereikten een mythische stad, New York, vliegend in een ballon van insecten en zijn ouders bleken nog te leven en de aftiteling begon te lopen en de film was afgelopen en de rode gordijnen sloten eindelijk en brachten verlichting. En Miles leek tevreden te zijn. Een verhaal was afgelopen. Een menselijk lichaam was teruggekeerd tot zijn eigenlijke vorm en eens te meer was de orde hersteld.
© Tim Etchells uit Instructions for Forgetting