Telesquat
Alles wat goed is in Brazilië, komt voor uit ‘fusion’. Dat geldt ook voor de nu drie-en-twintigjarige Bruno Beltrao. Op zijn vijftiende daagde hij elke hip hopper uit op wedstrijden in en buiten Brazilië. Op zijn twintigste raakt hij gebeten door de microbe van de hedendaagse dans. Nu mixt hij in Telesquat het beste van twee werelden: dans die snel en slim is, jong en gutsy, alive and kicking, maar dan op zijn Braziliaans.
Wanneer ik vanuit mijn huis in Rio naar de studio van Bruno Beltrão in de naburige stad Niterói wil, moet ik eerst een eind rijden, dan mijn auto parkeren en de ferry nemen die vaart doorheen een van de mooiste en tegelijk meest vervuilde landschappen van Brazilië. Guanabara Bay – een Indiaanse naam – werd gedurende de laatste 500 jaar systematisch vernietigd door de Brazilianen maar kan, volgens sommige Japanse geleerden, ooit opnieuw een paradijs worden.
Op het schip moet ik steeds weer denken hoe deze as van een idyllisch Indiaans verleden, een getroubleerd heden en een paradijselijke toekomst, als metafoor kan gelezen worden voor de Braziliaanse cultuur en zijn complexe culturele paradigma’s. Wij Brazilianen hebben al een hele weg afgelegd sinds choreografen geprobeerd hebben om ‘Braziliaanse’ balletten te creëren waarin namaak-Indianen en zwarte slaven rond etherische ballerina’s in Parijse of Milanese kleedjes dansen. Deze obligate mix van Indiaanse of Afrikaanse iconen om die zogenaamd typische Braziliaanse smaak te bekomen is niet alleen overbodig geworden – als hij al ooit nodig was – hij is ook zinloos. De verfrissende jonge generatie van choreografen heeft nog altijd een ‘fusion’-aanpak van dans, maar dan met een nieuwe – maar daarom niet minder Braziliaanse – ingrediëntenlijst. In het geval van Bruno Beltrão betekent ‘fusion’ hedendaagse dans en hip hop.
Bruno, nu 23, relativeert mijn opmerking dat hij ‘the new thing’ is in Braziliaanse dans. ‘Ik maak mijn eerste avondvullende creatie dit jaar, hoe kan je mij dan de nieuwe ontdekking noemen? Zou ik niet beter eerst nog wat meer werk maken en tonen?’, vraagt hij met een verbluffende eenvoud terwijl hij intussen de zes breakdancers van zijn Grupo de Rua de Niterói in het oog houdt. Zij komen allemaal uit de ‘street dance’ en zijn stuk voor stuk van eenvoudige komaf. In zijn studio aan de baai van waaruit je een ongelooflijk beeld van Rio de Janeiro hebt, is hij aan het werk aan Telesquat, dat in première ging in april 2003 in Rio. Het is zijn grootste creatie totnutoe.
Telesquat is een multimediaal onderzoek naar onze relatie met TV. ‘Ik las een citaat van de Braziliaanse professor Marilena Chaui waarin ze zei dat TV ons heel de wereld tegelijkertijd kan bieden, maar dat daarmee de werkelijkheid ook op de een of de andere manier verdwijnt. Uiteindelijk weten we niks, terwijl we wel de illusie hebben over alles geïnformeerd te zijn. Vermits mijn generatie compleet verslaafd is aan TV, stelde ik mij voor dat ik een voorstelling kon maken die net dat ook zou doen, maar dan met dans: de mensen de irreële indruk geven dat ze alles te weten zijn gekomen over dans, maar ze tegelijkertijd verwarren door laag na laag toe te voegen tussen de dansers en het publiek.’ Met ‘lagen’ bedoelt Beltrão bewust foute ondertitels, 3D-gebruik van videoschermen, speciale FX-geluiden en een danser die tussen het publiek staat om uit te leggen wat er op de scène aan het gebeuren is. Hardcore break dance is de enige techniek die er aan de lichamen van de dansers af te lezen is. ‘Ik voel me perfect comfortabel met break dance als mijn vocabularium, ‘ zegt Bruno. Nochtans is dat niet altijd het geval geweest.
Bruno was een break dance wonderkind, dat competities won en in de jaren ‘80 optrad tv-shows op zondagnamiddag. Op zijn vijftiende had hij een compagnie van tien dansers waarmee hij deelnam aan break dance wedstrijden in Brazilië en zelfs in Europa. Vier jaar geleden kreeg hij van een klein festival voor hedendaagse dans een opdracht voor een creatie. Hij kwam toen aanzetten met een verbazingwekkend stuk van 15 minuten, zonder muziek. Los van zijn gebruikelijke ‘spektakel’-omgeving, werd de break dance haast irreëel en zeer sterk. ‘Ik realiseerde me dat ik dit verder moest uitzoeken, maar in het begin had ik erg veel last van mijn break dance-verleden, omdat ik het gevoel had dat ik het helemaal moest losrukken uit zijn context, om het geschikt te maken voor hedendaagse dans,’ zo herinnert Bruno zich deze periode. Hij nam les in hedendaagse dans en maakte een solo, Me and my choreographer N. 63, voor het Panorama Rioarte Festival 2001. Bruno, die tot dan toe door iedereen gesteund werd maar tegelijk ook een beetje ‘vaderlijk’ behandeld werd vanwege zijn teenage ‘looks’, zorgde met deze choreografie voor een flinke verrassing in het dansmilieu.
De solo kwam voort uit een gesprek tussen hemzelf en zijn meest fantastische danser, Willow. Bruno had de conversatie opgenomen zonder dat Willow dat wist. Willow die normaal veeleer een stille jongen was, bleek in dat gesprek een stortvloed van inzichten over leven en dood, waanzin, drugs, liefde en familie te spuien in dat typische dialect van hem. In de voorstelling danst hij in een eenvoudige set, in stilte, terwijl het publiek via de koptelefoon de opname hoort van dat gesprek. ‘Ik realiseerde me dat Willow danst zoals hij spreekt en dat hij spreekt zoals hij denkt en andersom, op een zeer heldere manier. Ik wilde iets vertellen over dat lichaam dat coherent en uniek is. Vanaf dat moment werd het mij duidelijk dat ik de aanpak van hedendaagse dans kon gebruiken en tegelijk de break dance en de hip hop elementen die bij mij en mijn geschiedenis hoorden, kon behouden. Dat is de reden waarom ik in de volgende voorstellingen terug kon gaan naar een ‘street feeling’, aldus Bruno.
De volgende stap was Too legit to quit, een klassieke hip hop titel in een traditionele sidewalk break dance set. Het verschil zit hem in de labels: elke danser toont zijn dansspecialiteit en een van de andere dansers labelt die. Maar langzaamaan deconstrueren ze de techniek van stijl, naar frasen, naar woorden en letters in het vocabularium van de break dance. ‘Mensen zagen het en zeiden dat ik terugging naar de ‘pure’ break’, zegt Bruno, ‘maar wat is dat dan? Ik zou deze voorstelling nooit hebben kunnen maken als ik niet voor een tijdje uit de break dance weggeweest was; alleen daardoor kon ik die nu gaan mixen met concepten uit hedendaagse dans.‘ Het virtuoze en aanstekelijke van de break was er nog steeds – toeschouwers gingen nog steeds uit de bol – maar met dit nieuwe werk kon Beltrão evenzeer indruk maken op een meer veeleisend publiek.
Heeft een nieuw soort van ‘fusion’ zich aangekondigd in de Braziliaanse dans? Ja, maar de traditionele fusie vindt ook nog steeds zijn weg naar de scène. Sommige artiesten gebruiken nog steeds dezelfde oude ingrediënten van de culturele wortels uit het noordoosten, uit theatrale dansen, uit Afro-Braziliaanse cultuur, maar ze zoeken naar nieuwe strategieën om om te springen met de complexiteit van de hedendaagse concepten, theorieën en beelden. Braziliaanse hedendaagse dans bevindt zich, zoals dat ook elders het geval is, op een keerpunt, op zoek naar nieuwe bestaansredenen, naar nieuwe structuren om te communiceren via beweging zonder de beperkingen van de sterke moderne dans-erfenis die Braziliaanse makers lang beïnvloed heeft. De laatste twintig jaar heeft een verfrissende wind van nieuwe dans- en improvisatietechnieken zuurstof gegeven aan een groep van zeer diverse en zich snel ontwikkelende choreografen zoals Alejandro Ahmed, Henrique Rodovalho, Lia Rodrigues en vele anderen.
De culturele mix blijft een sterk aspect van de Braziliaanse dans, de vraag naar de Braziliaanse erfenis is nog steeds aanwezig, maar een aantal artiesten van nu wijzigt steeds meer ingrediënten. Ze experimenteren, proberen politieke statements uit, onderzoeken bewe-ging en lichaam en laten daarbij de achterhaalde vraag wat Braziliaanse dans is achter zich. Elk van deze choreografen probeert op zijn eigen manier nieuwe vormen van dans te ontdekken en zich daarbij te verhouden tot de wereld waarin hij of zij nu leeft, getekend als die is door globalisering (sorry voor het woord) en de nieuwe media.
Bruno’s werk is nog jong en kan niet als ‘af’ worden beschouwd, maar het is een duidelijke poging om een antwoord te vinden op de vragen die meekomen met de virtuositeit van zijn break dansers en de wereld waaruit zij komen en leven. Na een voorstelling onlangs in Rio kwam een danser naar me toe met de vraag of ik het niet gênant vond dat ik hier zat te kijken naar een veramerikaniseerde versie van Braziliaanse jongeren die Amerikaans wilden zijn. De vraag die Bruno schijnt te stellen is: ‘Hebben we nog de keuze niet ‘iets’ te zijn? En wat dan? Wat dansen? Wat in deze hip hop teenagers zou niet Braziliaans zijn? Wat zou er in hedendaagse dans moeten begrepen worden?’
Nayse Lopez
(herwerkte versie van artikel dat in april 2003 in Ballettanz International verscheen)