Woyzeck
Toen Georg Büchner, student geneeskunde en schrijver, in 1834 op vierentwintig-jarige leeftijd stierf, liet hij het onvoltooide toneelstuk Woyzeck achter. In eenendertig losse scènes zonder volgorde toont hij hoe soldaat Woyzeck van slachtoffer tot dader wordt, al dan niet gedwongen door de (sociale) omstandigheden. Woyzeck is een complexe en scherpzinnige analyse van een moordzaak die veeleer via echo’s en associaties dan via een logische spanningsopbouw wordt verteld. Dat wil ’t Barre Land benadrukken door de voorstelling als een hallucinatie, een droom te spelen, waarin verhitte scènes van dronkemannen en marktschreeuwers even werkelijk zijn als de nuchtere realiteit van kapitein en dokter.
’t Barre Land laat Woyzeck voorafgaan door fragmenten van de Japanse hofdame Sei Shonagon en de Franse taalvirtuoos Georges Perec. Van Shonagon worden soms grappige, poëtische opsommingen gespeeld. Verschillende bloesembomen, bronnen van irritatie, deprimerende zaken en dingen waar het hart sneller van gaat kloppen, passeren de revue. De reeksen van Shonagon worden doorsneden met pogingen tot classificatie van Georges Perec (1936-1982) die grip probeert te krijgen op het menselijk denken. In zijn boek Denken Klasseren gaat hij het gevecht aan met de beperkingen van elke indeling of definiëring. Waarom houdt het begrip A film in dat deze beter is dan een B film ? En waarom heeft het Engels minstens twintig benamingen voor ‘straat’ en het Frans maar zeven?
(...) De versie van ‘t Barre Land en maatschappij discordia vermijdt zo’n dwingend perspectief. Daarmee wint deze voorstelling aan glans en helderheid. (...) De tekst leek transparanter dan ooit tevoren. En het mooie van goed toneel is dat een stuk als Büchners Woyzeck daar alleen maar raadselachtiger op wordt. En zo, hernieuwd, aan kracht wint. Loek Zonneveld, De Groene Amsterdammer, 06/03/04