Holoceen 2 : Iqaluit
Nadat deze jonge makers in hun Holoceen 1 Jeruzalem onder de loep namen, is er nu Holoceen 2 dat inzoomt op Iqaluit, de hoofdstad van Eskimoland, Nunavut. Net als Israël is Nunavut een ‘geschonken’ land, ontstaan uit het verlangen naar een eigen staat. Net als Israël een zeer jonge natie, maar dan van een compleet andere orde. Aan de wereldpolitiek is dit land ontsnapt, maar de groeipijnen zijn even groot, balancerend tussen oeroude tradities en nieuwe wegen.
Niemand minder dan Ivo Michiels schrijft een nieuwe tekst voor twee spelers: één in het theater, de andere 4.500 km
verder. Hieronder een voorproefje:
- Fluister eens het woord jij in jullie jij-taal.
- Iwit.
- En jullie?
- Ilissi.
- Het lijkt op ‘illusie’… een beetje gemeen van me, ik geef het toe.
- Als je bij minus 35 graden Celsius kokend water in de lucht werpt, tuimelen er kristallen over je heen.
- Als je telefoneert bij plus 35 graden Celsius naar iemand die zit te knorren bij minus 35 graden Celsius,
wat komt er dan naar beneden? Juist, meneer Vinnie, dat heb je goed: een begin… A propos, ik heb een
dochter, een meisje van zes, Hanna heet ze.
Interview met Berlin (verschenen onder de rubriek 'Artiestenkeuken' in de STUK maandbrochures)
Iqaluit is het tweede deel van jullie Holoceen-cyclus. Wat vormt het uitgangspunt voor deze cyclus en vanwaar de naam ‘Holoceen’?
Wij maken ieder seizoen een portret van een stad/streek op deze wereld. De combinatie van media waarin dit portret wordt gemaakt, ligt niet vast. Feit is wel dat we een voorliefde hebben voor film en dat een portret vaak, zoniet iedere keer, een filmdeel in zich zal hebben. Steden en streken zoals ze nu zijn, op dit moment, is wat ons interesseert. Holoceen is het huidig geologisch tijdperk, en vooral het woord ‘huidig’ is wat ons behaagt. Het tijdperk waarin we leven vonden we een goed uitgangspunt voor alle komende portretten.
Na Jeruzalem nemen jullie Iqaluit onder de loep. Waarom kiezen jullie voor de hoofdstad van de Inuit/Eskimo’s?
Na de hectiek en veelheid van Jeruzalem snak je naar uitgestrektheid, wit, stilte, eenvoud. Dit was dus zeer zeker een intuïtieve keuze, voortkomende uit Jeruzalem. Daarnaast hebben we ooit een joods orthodoxe man geïnterviewd die nieuwsgierig was naar twee volkeren: de noord-Koreanen en de Inuit. Dit antwoord zijn we nooit vergeten. Daarnaast is het ook zo dat de Inuit bij een brainstormsessie veel naar voren kwamen. Dus, dat was beslist, de Inuit. De volgende vraag was ‘waar?’ Door te vragen, te lezen en te zoeken naar waar ze zich bevinden zijn we o.m. via internet te weten gekomen dat de Inuit sinds 1999 een eigen hoofdstad hebben in Noordoost-Canada. Op zo’n moment is de keuze snel gemaakt. Iqaluit is een stadje met 6000 inwoners dat je alleen per vliegtuig kan bereiken. Schepen komen er ook, maar enkel buiten de lange winterperiode en in principe uitsluitend voor goederen. Er zijn enkel wegen binnen deze stad. Je kan met je auto maximum 60 km per uur rijden, van de ene kant van de stad naar een ander aanhangsel dat ook nog bij Iqaluit hoort, Apex. Verder kom je niet. Fascinatie voor deze geïsoleerdheid, voor de koude, voor het feit dat er geen bomen staan, voor wie er woont, voor hoe traditie en vooruitgang samengaan ... vormt het uitganspunt voor Iqaluit.
Hoe was het om met een gerenommeerd auteur als Ivo Michiels samen te werken?
In dit portret zit ook een fictie-lijn verweven, geschreven door Ivo Michiels. Een telefoongesprek. De actrice op de scene, Caroline Rochlitz, telefoneert iedere avond live met de acteur in Iqaluit, Vinnie Karetak. Zij spelen via de telefoon het fictie telefoongesprek dat Ivo heeft geschreven. Wij kennen Ivo Michiels reeds van een eerdere samenwerking (De Verrukking, een boek van Ivo Michiels). We hebben het hem gevraagd toen hij een kort bezoek aan Antwerpen bracht. Hij is een schrijver die perfect bij dit project past: hij schrijft muzikaal, filmisch en heeft een grote voorliefde voor het zappen. Hij was meteen enthousias, maar dan kwamen de vragen: Wie belt wie en waarom? Ontmoeten die mensen elkaar? Wie zijn ze? Gaat de één ooit naar de ander? ... Omdat we nog vroeg in het productieproces zaten, hadden we op veel van zijn vragen geen antwoord. Maar na een eerste draaiperiode (in april), kon den we hem wat meer concrete info bezorgen o.m. over de acteur daar (Vinnie Karetak), over de stad, de mensen. In mei hebben we hem nog een bezoek gebracht in zijn woonplaats in de Provence en zuinigjes over het project verteld. Internetgewijs is er redelijk wat heen en weer gegaan, voornamelijk vragen en ideëen. En ineens heeft hij de tekst op korte tijd geschreven. Wij vonden het in ieder geval een vlotte en aangename samenwerking.
Jullie hebben een maand in het noordpoolgebied gefilmd. Hoe is dit verlopen? Markante momenten? Nanook of the North anno 2005?
Iqaluit is een stad van contrasten. De stad straalt een sterke tristesse uit. Er zijn enorme huisvestingsproblemen, veel werkloosheid, alcoholproblemen ... Het is een door de natuur geïsoleerde gemeenschap omgeven door een adembenemend landschap. Het beeld dat wij hebben van ‘de Eskimo’, ergens overgebleven uit onze kindertijd, wordt er onmiddellijk aan diggelen geslagen. Dit is een bevolkingsgroep die heeft gekozen voor de zogenaamde vooruitgang. Iqaluit is een stad die sneller groeit dan ze zelf aankan. De opnames zijn heel goed verlopen. We hebben kunnen filmen wat we voor ogen hadden: een mix van interviews, stadsbeelden en panorama’s. De markante momenten hebben vaak te maken met een combinatie die je niet verwacht. Zo zijn de Inuit van Iqaluit devote christenen. De missionarissen hebben daar goed hun best gedaan. Op een zondagavond kregen we de toelating om zo’n viering te filmen, de Inuktitutversie: zo’n 80 Inuit die zo devoot mogelijk alle liederen meezingen, begeleid door een organist die op een gegeven moment twee liederen door elkaar haalde en er bijgevolg een soort free jazz versie van maakte. Hilarisch, bevreemdend en toch herkenbaar. Filmen in het noordpoolgebied heeft voor de opnames natuurlijk consequenties. De strakke wind zorgt bv. voor een groot verschil tusssen de thermometer- en de gevoelstemperatuur. Een temperatuur van -10°C voelt dan al snel aan als -20°C. Tijdens de eerste draaiperiode moest de camera volledig ingepakt worden met ‘heaters’ om blokkades te vermijden. Handschoenen uitdoen om een tape te verwisselen moest gebeuren in slechts 10 seconden. Zo word je gedwongen om rekening te houden met de natuur.
De voorstelling is opgebouwd rond een gesprek met een Eskimo. Op scène zal een actrice live bellen met een Inuk 4500 km verder. Hoe gaat dit in zijn werk, hoe integreren jullie dit in de voorstelling?
Concreet wordt elke avond een verbinding gemaakt via een klassieke telefoonlijn. De grote technische uitdaging bestaat erin om de vertraging bij zo’n lange afstandsgesprek weg te werken. De acteurs zitten sowieso in een andere tijdsbeleving. Bij aanvang van de voorstelling is het hier 20u30, dat betekent dat Vinnie, door het tijdsverschil van 6 uur, een namiddagvoorstelling speelt. Er zijn tijdens de draaiperiode in Iqaluit ook verfilmingen gemaakt van het script (een telefoongesprek) van Ivo Michiels. In de voorstelling worden live scènes en vooropgenomen scènes met elkaar vermengd. Real time en vooropnames lopen dus door elkaar. De uiteindelijke spreektaal van deze voorstelling wordt Engels, Nederlands en Inuktitut, de taal van de Inuit. We verwerken de vertaling in de film.
Wat verwachten jullie van de première in STUK?
De 10 dagen voor de première werken we nog in STUK. Beeldmontage, geluidsmixages, decor en licht moeten samengebracht worden met het live telefoongesprek. Het is de laatste fase waar zolang aan voorbereid is. Wij zijn zeer verheugd dat we dat in STUK kunnen doen. De sfeer en betrokkenheid van het huis is in zo’n proces heel belangrijk. En een telefonisch glas champagne met Vinnie ...