HOOP

Locatie: STUK Studio
15-12-2005
13-12-2005
14-12-2005

Iemand dingen vergeven, dat doe jij niet, dat doet de tijd.

Abke Haring studeerde in 2002 af aan het Herman Teirlinckinstituut met de zelfgeschreven monoloog Nageslachtsfarce/genocide. Sindsdien wisselt ze acteren af met schrijven en regisseren. Als actrice was ze in Het Toneelhuis te zien in Het kouwe kind en Turista. Over haar nieuwe monoloog wil ze niet veel kwijt. We weten dat hij HOOP heet. We weten dat zij een fantastische actrice is. En dat ze weerspannige teksten schrijft, die ze dan zelf speelt. HOOP.

ABKE HARING OVER HOOP (UIT DE TONEELHUISGAZET)

HOOP is een monoloog die je zelf hebt geschreven en zelf gaat spelen. In hoeverre heeft dat een invloed op je manier van schrijven?

Ik druk me niet minder uit in woorden, dat blijft hetzelfde. Ik word strenger, dat is het enige verschil. Niet zozeer doordat het een monoloog is, maar door ouder te worden en omdat ik meer ervaring heb. Ik heb veel zin om HOOP te maken, omdat ik de afgelopen jaren veel andere dingen gedaan heb dan zelf theater maken.

Jouw stukken gaan toch ook over liefde en de onmogelijkheid om lief te hebben? En HOOP heeft toch een andere toon dan je vorige stukken; alsof er meer lucht in zit en je op een minder harde, minder agressieve manier schrijft.

Ja, dat is wel zo. En ik denk dat ik iets milder word. Het heeft veel te maken met het leren aanvaarden van bepaalde situaties. Bijvoorbeeld het aanvaarden dat communicatie op een bepaald moment niet meer mogelijk is, dat het niets oplevert om het nog te proberen. Je denkt soms iets vergeven te hebben, maar dan blijkt plots van niet. Iemand dingenvergeven, dat doe jij niet, dat doet de tijd. In die aanvaarding zie ik een andere oplossing voor dezelfde problematiek die in mijn vorige stukken zat.

Recensie van Elke Van Campenhout in De Standaard, 5 december 05

Abke Haring brengt een schrijnende monoloog over haat, liefde en afscheid nemen.


De dood is een steeds weerkerend thema in het werk van de jonge Nederlandse theatermaakster Abke Haring. Haar voorstellingen zijn stuk voor stuk poëtische dwaaltochten door het spinnenweb van genegenheid en afkeer waarin zowel kind als ouder zitten verstrikt. Steeds opnieuw weet ze het dramatische verloop van haar stukken tot op het bot af te knauwen. Wat rest, zijn enkele spijkerharde zinnetjes.

In Hoop is dat niet anders. De voorstelling begint in het donker. Er is niet meer te horen dan wat geschuifel en geschurk langs de muren. Als de lichten uiteindelijk aangaan, staat op het podium een spichtig meisje in een ultrakort jurkje, gespierd in de podiumvloer geplant. Naast haar staat een vreemde metalen constructie, die de hele voorstelling lang elke zweem van intimiteit uitwist door een irritante zoemtoon te produceren.

Het verhaal laat zich maar mondjesmaat kennen. Tijdens de monoloog ontstaan in het lichaam van Abke Haring tegelijkertijd verschillende figuren: de bedlegerige en dementerende moeder, de zorgende dochter, en vooral de waanzin van beiden. Als Haring in steeds weerkerende herhaling ,,Ik wil ranja! Met een rietje!'' uitspuwt, weet je niet precies meer wie dat zegt. De demente moeder? De dochter die zich haar eigen kindertijd herinnert? Of heeft zij intussen zelf een kind? De herhaling maakt het zeurderige refrein tot een onheilspellend hoogtepunt, een noodkreet die de wederzijdse afhankelijkheid van de twee personages, gevangen in hetzelfde lichaam, tastbaar maakt.

In Hoop vallen tekst, interpretatie en spel volkomen samen. Door herhaling en stemmodulaties verliest de taal elke vanzelfsprekendheid. Een banaal zinnetje krijgt plots een onheilspellende bijklank. De seksuele ondertoon van de moeder-dochterverhouding spreekt uit een tot in de vingertoppen gespannen lichaam. In het mechanische gezoem echoot de overdrive van een geest onder hoogspanning.

Hoop is een voorstelling zonder compassie, precies en streng. Abke Haring steekt de vinger in de wonde, en blijft er een uur lang, vol afschuw en genot, meedogenloos in rondpoken.

Dit soort precisie is maar heel weinig op de theaterpodia te zien. Daarom alleen al is Hoop een aanrader.

standaard;keuzeabo met STUKkaart;zonder STUKkaart 7;5 9;7
TEKST EN SPEL ABKE HARING | ADVIES BART MEULEMAN | DRAMATURGIE DAVID CORNILLE | SCENOGRAFIE JEAN BERNARD KOEMAN | PRODUCTIE HET TONEELHUIS | COPRODUCTIE STUK