MISERE AU BORINAGE + LES ENFANTS DU BORINAGE

Locatie: Cinema ZED
03-09-2005

Misère au Borinage is een klassieker onder de documentaires over de situatie van de mijnwerkers in de Borinage tijdens de grote stakingen van 1932. Als gevolg van toenemende arbeidsongevallen en loonsverlagingen legden de mijnwerkers toen het werk stil, maar hun staking werd gebroken en er volgden represailles. Scènes waarin arbeiders confrontaties met de politie, uitdrijvingen en marsen heropvoerden moesten clandestien gedraaid worden. De film laat de harde maatschappelijke tegenstellingen zien tussen kapitaal en arbeid, kerk en volk, tijdens de crisisjaren in een rauwe anti-esthetische stijl, en is daarmee een van de eerste klassiekers van de sociale documentaire. Door de kracht van zijn boodschap bleef de film lange tijd verboden in België en Nederland.
Bijna 70 jaar na de memorabele documentaire van Henri Storck (Misère au Borinage), die de dramatische gevolgen van de economische crisis in de jaren dertig in beeld bracht, ging de jonge Belgische filmmaker Patrick Jean op zoek naar zijn eigen Borinage-wortels. Hij treft er een streek aan die er zo mogelijk nog slechter aan toe is. Sinds de sluiting van de mijnen in de jaren '70 is de werkloosheid enorm toegenomen en een groot deel van de bevolking leeft er in deplorabele omstandigheden, zonder enig uitzicht op verbetering en zonder de vechtlust van vroeger. Hij filmt er de sociale ellende: verdwenen mijnen, armoede, krotwoningen. De families waarmee hij in contact komt vertrouwen hem hun ellende toe, hun berusting, hun woede soms. Doorheen hun getuigenissen loopt een zelfde rode draad: honger, ziekte, de afwezigheid van sociale diensten, de quasi stelselmatige plaatsing van kinderen in centra voor gehandicapten. Sommige gezinnen hebben sinds drie generaties geen werk meer. "Ze leven als in een sociale goot", zegt de cineast. De hoop op een beter leven bestaat niet omdat ze hebben aanvaard dat ze nutteloos, onbekwaam en zelfs schadelijk zijn. Of hoe een streek die ooit de basis legde van onze industriële welvaartsstaat, nu haar toegangsticket tot de welvaartsstaat erg duur moet betalen.