Excavations
Hieronder vindt u de recensie van Pieter T'Jonck. Hij heeft het over de voorstelling Pas maar al gerot, maar het gaat wel om dezelfde voorstelling als Excavations.
Pieter T'Jonck, De Morgen, 24/02 *****
Anderhalf jaar lang werkte Marijs Boulogne aan Pas, een pop die een pasgeboren baby voorstelt. Pas is een klein wonder van stukjes stof, haakwerk en zoutdeeg, niet zomaar een pop: het wezentje staat tot in de kleinste anatomische details verbijsterend dicht bij een echte baby. Zo spreekt Boulogne er ook over in Pas maar al gerot, de synthese van een work-in-progress dat eerder al enkele toonmomenten kende.
Pas maar al gerot begint vederlicht: het publiek kan een kijkje nemen in het atelier waar de pop gemaakt werd. In dat atelier staan ook wetenschappelijke instrumenten, maar hun rol hier is niet meteen duidelijk. Eens het publiek gezeten is, verschijnt Boulogne zelf aan een tafeltje, als voor een causerie. Ze is een toonbeeld van naïeve onschuld, een roodkapje in een oubollig knalrood kleedje met gehaakte, kniehoge witte kousjes. In haar armen een baby, de pop, in een kanten omslagdoek.
Je verwacht nu zowaar een stuk over meisjesfantasieën of jonge moeders tot Boulogne bijna terloops en vriendelijk meedeelt dat Pas dood is. Het theaterpubliek wende de laatste decennia aan heel wat. Bloed, excrementen, blote lijven en zelfs marteling kunnen nog wel eens een wenkbrauw doen fronsen, maar het gros van het publiek heeft wel begrepen dat dat enkel een nieuwe manier is om ernstige zaken voor te stellen. Maar ‘voorstellingen’ blijven het: je bewaart vanuit je fauteuil altijd een veilige afstand. Niet zo met Pas maar al gerot. Je wordt van dit stuk op een vage, lastige manier ongemakkelijk.
Zonder ook maar een spoortje blood and gore. De pop is onbetwijfelbaar een pop en geen babylijkje. Maar toch is er een onbegrijpelijke spanning tussen de rustige, bijna geamuseerde toon waarop Boulogne praat en haar maniakale omgang met de pop. Ze handelt alsof het een levend wezen betrof, alsof ze, door er zo lang aan te werken, vergeten is dat het een levenloos ding is en blijft. Boulogne houdt zelfs niet op bij de buitenkant van haar pop. Ze gaat over tot een autopsie. De instrumenten uit het atelier komen er aan te pas om een endoscopie te doen van gehaakte darmpjes en longen. De tocht door het poppen-/kinderlijk ontaardt zo op een bizarre manier in een tocht door de kronkels van Boulognes geest. Deze voodoooefening zet daarmee de gewone orde van de dingen op zijn kop: het is niet de werkelijkheid die de vertelster tot nadenken aanzet. Het is haar manier van denken die werkelijkheid creëert waar er, op het einde van het stuk, niets anders dan een voddenbaal te bespeuren valt.
Wat vertelt zo’n voorstelling dan? Dat ons denken niet veel meer voorstelt dan een voddenbaal? Dat we op zeer eigenaardige manieren met verlies en pijn omgaan? Dat processen als ‘denken’ of creëren’ geen heldere constructies zijn om vat te krijgen op de werkelijkheid, maar onbegrijpelijke black boxen? Iets van dat alles wellicht?
------------------------
Een forensisch antropologe en haar assistenten onderzoeken het lichaam van een dode baby. Ze willen weten of het kind buiten de moeder geleefd heeft of niet. Het kind is geborduurd en gehaakt. Het skelet is van gebakken en gedroogd
zoutdeeg. Het is van binnen en van buiten in staat van ontbinding. Ze bekijken, denken na, puzzelen samen, bekijken van heel dichtbij, reflecteren over wat ze zien, en repareren ondertussen verder. De veelkleurige organen worden onderzocht met behulp van medische beeldvorming. Via microscopische observatie met de camera wordt het dode
weefsel tot leven gewekt. In STUK toonde Marijs Boulogne in april 05 reeds één episode uit dit project in ontwikkeling. Dat is inmiddels verder uitgegroeid tot een volwaardig theaterstuk en een videoverhaal over het ontbinden,
dat STUK nu in zijn geheel presenteert. Excavations is een voorstelling/borduurwerk over dood, verdriet en angst, en een wonderlijke ontdekking van de geheime perfectie van het lichaam.
Deze voorstelling was eerst gepland op 19 en 20 januari 06