The Swenkas
To swank: opscheppen. The swank: opschepperij, praalzucht, gepoch. Door de week zijn de Swenkas gewoon hard werkende Zulu-mannen, maar op zaterdag komen ze bijeen voor een onalledaagse schoonheidswedstrijd. Dan zit er geen vuiltje onder hun nagels, hebben ze hun mooiste maatkostuum uit de kast getrokken en moeten zwoele dansjes de jury verleiden. Niemand die zich nog herinnert waar, wannneer of zelfs waarom ze met dit ritueel begonnen zijn. In een groezelige gemeenschapszaaltjes in Johannesburg flaneren de mannen op de catwalk, elke plooi is gladgestreken, elk accesoire is vakkundig gekozen en kosten zijn niet gespaard. Swenkas imponeren met stijl. De winnaar krijgt een hoofdprijs die varieert van een flinke som geld tot een geit aan een touw. Maar de eigenlijke beloning is natuurlijk het respect en jaloezie van de andere mannen. In de harde omstandigheden (Zuid-Afrika na de Apartheid) waarin de Swenkas dagelijks trachten te overleven zijn het eergevoel en zelfrespect dat ze door hun uiterlijk vertoon winnen, meer dan de moeite waard om na te streven. Dit verklaart meteen ook waarom de mannen het zich permitteren om duizenden rands neer te leggen voor een nieuw en blits maatpak, terwijl hun vrouwen en kinderen elke cent die ze verdienen nodig hebben om te overleven